Taxi Anahit, interview met de makers

Allochtone taxichauffeurs doen boekje open over hun klanten 

Kia Aziz, regisseur, en Aravazd Evadgian, acteur, over Taxi Anahit, Brabants Dagblad 9 oktober 2017

‘Je bent een nul’

De een is toneelspeler, de ander filmmaker. Maar ze verdienen hun centjes als taxichauffeur. Nu heeft de een ‘n film gemaakt over het verdriet van de ander. Het is ook een aanklacht tegen het Nederlandse gebrek aan normen en waarden.

Door Henri van der Steen

 In zijn appartement in Den Bosch wil Arthur de perfecte gastheer zijn. Hij vraagt wie er gebak wil. Niemand. Hij gaat toch de deur uit voor gebak.

Kia looft hem intussen. ,,Arthur is een intelligente man. Hij heeft gestudeerd maar krijgt geen mogelijkheden hier, kan zijn eigen pad niet vinden. Hij moet taxi rijden, maar hij is geen taxichauffeur. Hij is artiest in de Russische traditie. Een heel goeie artiest. Hij was depri. Arthur is een lieve, charmante man. Maar je ziet dat hij triest is. Hij heeft wel een mooie trieste kop.’’

De filmmaker heeft zelf meer de kop van een bon vivant, met zijn zwarte, mooi golvende manen en doorleefde snuit. Maar ook Kia Aziz is bevangen door tristesse.   ,,Ik kwam terug uit Argentinië en ben ook taxichauffeur geworden. Dan krijg je vanzelf het scenario voor deze ellende. Als jij een weekendje mee gaat, weet je hoe het gaat. We waren allebei helemaal down. Je hebt te maken met discriminatie. Hoe je wordt behandeld… Vooral het uitgaansvolk, jonge mensen. Ze hebben totaal geen respect. Je wordt vernietigd, je bent een nul. De een wil Frans Bauer, een geile vrouw wil aan het einde van de nacht met je naar bed, de ander heeft gezopen. SBS 6 heeft jaren geleden undercover een documentaire gemaakt over taxichauffeurs. Het waren allemaal aso’s, alle 150.000 taxichauffeurs in het land. SBS koos alleen buitenlanders. Criminelen waren het! Toen ik dat zag, wilde ik andere verhalen laten zien.’’

Arthur komt terug. Met gebak. Vooruit dan… Er is al genoeg reden om géén gebak te eten.

Arthur: ,,Vooral jongelui lachen je uit, betalen niet, rennen weg als je op de bestemming bent aangekomen, beginnen tijdens de rit een gesprek met vernederende woorden. Ze vragen: ‘Wat kost het?’ Vijfentwintig euro. ‘Nee, ik betaal tien euro. Rij maar, rij maar.’ Geen gesprek meer. ‘Rij maar.’ Hij bepaalt of je rijdt en wat hij betaalt. En ze praten dialect of straattaal. Ik heb ABN geleerd, ik begrijp het Nederlands bijna 100 procent. Maar niet het dialect of de straattaal. Ze gebruiken ook vloektaal. Vieze taal. De een zegt iets, de anderen lachen, ik begrijp het niet. Ze hadden het over de doos van een vrouw. Ik wist niet wat dat was, de doos van een vrouw. Dat heb ik nooit geleerd. ‘’

Kia: ,,Zeggen ze ‘hé, chauffie… Rij me maar chauf’. Dat zeggen ze tegen je.’’

Arthur: ,,Of ‘hé, Hassan.’ ‘Ik ben geen Hassan.’ ‘Nou, Ahmed dan.’ ‘Nee, ik heet Arthur. Ik ben wel donker, maar ik ben geen soldaat van IS. Ik kom uit Armenie, het eerste christelijke land uit de geschiedenis.’’’

Drie jaar geleden ontmoetten ze elkaar, toen ze beiden met hun taxi op de Parade stonden te wachten op klanten. Ze stelden zich aan elkaar voor. Arthur: ,,Hij zei: ‘Ik ben filmmaker’. Ik zei: ‘Het klinkt raar, maar ik ben toneelspeler’.’’

Kia praat met een soort Marokkaans accent, met een langgerekte, zachte s als z. Hij zegt vaak ‘of zo’ en ‘weet je’ en ‘weet je wel’. De u wordt een oe en de woordorde is doorgaans verkeerd, zoals dat bij zo veel allochtonen het geval is. ‘En daarna ik ga naar Buenos Aires.’ Arthur kreeg bij binnenkomst in het asielzoekerscentrum een handvol muntjes, voor de automaat, om er koffie, thee en broodjes uit te halen, met een verklarende brief. Hij zegt dan: ‘In het Armeens stond geschreven waarvoor waren die die munten. Toen ben ik een beetje opgelucht.’

Hun Nederlands is hoe dan ook bewonderenswaardig goed. Hun missie en boodschap is ook helder: het is goed waardeloos wanneer je je dromen niet kunt verwezenlijken en je noodgedwongen vanaf de zijlijn moet meedoen.

De filmmaker vertelt dat hij intussen zeven films heeft gemaakt en er nog geen euro mee heeft verdiend.

,,Ik ben goed in films maken maar slecht in subsidies vragen. Een film maken kost gauw 40, 60, 80.000 euro. Ik heb geen geld. Iedereen heeft altijd voor niks meegewerkt. Eigenlijk heb je een team van minimaal elf, twaalf mensen nodig voor een film. Ik doe alles alleen: script schrijven, camera voeren, geluid, regie, montage, productie, alles. Ik ga eind oktober weer naar Argentinie, de mogelijkheden daar bekijken. Als het niet lukt, ben ik zo snel mogelijk terug. Ik heb een script klaar voor een speelfilm, daar ga ik subsidie voor vragen. Ik ben gefocust op mijn droom, mijn speelfilm.’’

De droom van Arthur was acteur worden. Als vluchteling verlies je dan sowieso kostbare tijd, ambitie en een heleboel mogelijkheden die een vaderland wel heeft.

Arthur: ,,Ik heb acht jaar niks mogen doen, van 1995 tot 2003, alleen maar wachten. Eten, drinken, slapen, wachten, wachten, wachten. In die tijd heb ik wel de taal geleerd op het hoogste niveau en staatsexamen gedaan. Toen we een verblijfvergunning hadden, moesten wij gaan werken. De gemeente zou begeleiding gegeven, met een maximum per gezin van 5000 euro. Mijn vrouw had geluk, zij kreeg een goede opleiding die wel 10.000 euro kostte. Ik kon champignons gaan plukken. Sorry, het is niet verkeerd, maar als jij hogeschool hebt gedaan, dan is champignons plukken een beetje vernederend. Ik had het heel moeilijk. Die scheiding kwam deels omdat we zo veel stress hadden. De kinderen doen het goed. Onze zoon studeert farmacie in Utrecht, de dochter doet rechten in Tilburg. Ik heb langzaam mijn situatie geaccepteerd. Ik heb in 2007 bij het Zuidelijk Toneel in Tilburg aan een voorstelling meegedaan, ‘Babylon’. En ik heb een paar kleine rolletjes gehad op televisie. In ‘Onderweg naar morgen’ speelde ik een Albanese aannemer, in een andere serie een Irakese vluchteling. Nu ben ik taxichauffeur en werk ik bij Post NL. Ik haal met een kleine vrachtwagen post op bij bedrijven. Het is een druk leven met twee banen, ik werk bijna 50 uur per week.’’

Kia Aziz praat met passie over films, houdt van Andrej Tarkovski, bezweert iedereen dat je La Ruta Natural van Alax Pastor moet zien. ,,Zó goed!’’

In Irak was Aziz al een linkse jongen, meer marxist dan socialist. Hij heeft oog voor misdeelden en gebrekkigen. Hij maakte korte films over een Argentijnse straatmuzikant, Ruben Rodriguez, zonder benen en een oud-voetballer zonder rechterbeen. En een film over een man uit Vught, Bas van Noort, die een been verloor bij een treinongeluk. En een meisje dat tot haar grote verdriet in de prostitutie terecht komt in Buenos Aires. En een beroemde Iraanse dichter die in Koerdistan verkommerde, naar Zweden verhuisde, daar verkommerde en weer naar Koerdistan terugkeerde.

,,Die films zijn vertoond op filmfestivals, maar dat levert niks op. Je moet een film verkopen. De Chileense televisie wilde de film over Ruben Rodriguez kopen en bood 5000 dollar. Ik heb dat geweigerd. Er zit zeven maanden werk in die film! Nee, ik heb nooit inkomsten gehad uit die films. Ik heb die film naar het koninklijk huis gestuurd, toen kreeg ik een mooi briefje van Maxima dat ze het fijn vond dat ze de film had gezien. Ruben Rodriguez is een intelligente, charismatische man, hij was rechter in de tijd van de dictatuur, zat twee jaar in de gevangenis in de tijd van Videla en Zorreguita, de vader van Maxima. Bij een ongeluk raakte hij beide benen kwijt en na een jaar ook zijn vrouw. Sindsdien leeft hij van optredens op straat. Hij loopt op zijn handen. Ik hoopte via Maxima op een rolstoel voor hem.’’ De Uruguayaanse oud-international Dario Silva hoeft geen rolstoel. Hij raakte zijn rechterbeen kwijt na een auto-ongeluk. ,,Zijn benen waren voor 20 miljoen verzekerd.’’

Zeer onlangs kwam er een opstekertje binnen: ‘Taxi Anahit’ werd genomineerd voor de halve finales van het filmfestival van Moskou.

De film zelf was voor Arthur al een opstekertje. ,,Ik had me teruggetrokken, Kia heeft me nieuwe hoop gegeven. Het is nooit te laat. Met ons beroep, als artiest, ben je nooit te oud. Ik kan tamelijk goed Nederlands, maar ik kan geen Nederlander spelen. Volgend jaar gaan we weer iets doen, dus ik moet zorgen dat ik dan vrij ben. Ik kan nu geen audities doen of sollicitaties schrijven.’’

Kia: ,,Ik weet het niet, in deze maatschappij is het zo moeilijk je plekje te vinden. Je voelt de morele crisis in deze maatschappij. Je wordt als buitenlander gestempeld, terwijl je alles doet om te voorkomen dat vooroordelen worden bevestigd. Ik heb Nederlandse vriendinnen gehad, de ene keer zes maanden, de andere keer twee jaar, een keer zes jaar. Dan word je in de kroeg geaccepteerd, met een blanke vriendin. Als ik met Arthur ergens kom, voel ik me op een eiland, eenzaam. In Zuid-Amerika ben ik meteen welkom. Hier is het zo individueel, je moet bevestigen dat je iets kunt, dat je nooit met de politie in aanraking bent geweest. Dat is de crisis hier. Ik zie dingen op de televisie waar 40, 50, 80.000 euro subsidie op zit, en waarvoor ik me kapot zou schamen. Wat ik heb gemaakt is niet top, maar wel een redelijk goeie film. Het is belachelijk dat je hier niet eens een beetje subsidie krijgt en aandacht. Je wilt toch wat waardering.’’

Verschenen in Brabants Dagblad, 09.10.2017

Foto: Dolph Cantrijn

 

 

 

 

Categories:
Recensies