Roman over liefde, verraad en actualiteit, mét nuance

Caro Sicking uit Vught schreef een roman met de Jasmijnrevolutie als decor. ‘Ik wil een ander geluid laten horen’

Door: Gerrit van den Hoven

Vughtse schrijft roman met de Jasmijnrevolutie Tunesië als decor

Het onderwerp is actueel. Caro Sicking (52) uit Vught schreef met ‘Asfour’ een roman over liefde en verraad tegen de achtergrond van de Jasmijnrevolutie. Die begon ruim vijf jaar geleden in Tunesië met de tragische zelfverbranding van de fruitkoopman Mohammed Bouazizi. Dat was ook het begin van de Arabische lente, een reeks van vurige opstanden en protesten in de Arabische wereld. Machthebbers werden verjaagd maar zomer is het nog niet geworden. Ook niet in Tunesië, waar de laatste dagen opnieuw protesten oplaaien tegen het regeringsbeleid.

Sicking, lang zwart haar, bruine ogen, zit aan de lange houten tafel in haar sfeervolle woning in het centrum van Vught. Aan de muren hangen grote schilderijen van heel verschillende kunstenaars. Ook Frank van Empel, journalist en Sickings partner, schuift aan. Af en toe mengt hij zich in het gesprek.

Na ‘Nin’ en ‘Wat de hel!’ is ‘Asfour’ de derde roman van de Vughtse. In ‘Asfour’ reist een Nederlandse journaliste door Tunesië om verslag te doen van de revolutie. Sicking wisselt haar verhaal af met wat officiële documenten lijken over de actuele, explosieve situatie in het land.

Ze zegt dat ze met haar roman een tegengeluid wil laten horen in het bos vol luidruchtige houthakkers. „Iedereen roept nu van alles over vluchtelingen, over Noord-Afrikanen. We hebben veel vrienden van diverse komaf, ook Marokkanen die geen baan kunnen vinden omdat ze gediscrimineerd worden. De nuance gaat verloren. Veel mensen weten niet waar ze het over hebben. Dat zit me enorm dwars.”

Ze deed in haar leven uiteenlopende dingen. Ze studeerde Nederlandse taal en letterkunde, schreef over beeldende kunst, werkte bij galerie Hüsstege in Den Bosch en begeleidde vrouwen die waren uitgeprocedeerd. Nu schrijft ze boeken.

Wat is de rode draad in die activiteiten?

„Schrijven. En mensen. Schrijven over beeldende kunst gaat ook over mensen. Je moet achter de beweegredenen van de makers zien te komen.”

In Asfour wissel je voortdurend van perspectief en van vertelstandpunt.

„Ja. En van tijd. Ik wilde vertragen en weer versnellen. Er moest een bepaald ritme in komen. Met de vorm heb ik lang geworsteld. Ik vraag wel iets van de lezers, ja. Als je schrijft, gebeuren soms dingen die je niet hebt voorzien. Zo wilde ik van Gilles, de vrouwenhandelaar in Asfour echt een onsympathieke man maken. Ik heb een bloedhekel aan die mensen. Maar dat is helemaal niet gelukt. Hij krijgt toch menselijke trekjes.”

Je verliet de kunstwereld om met uitgeprocedeerde vrouwen te gaan werken. Hoe kwam je daarbij?

„Halverwege de jaren negentig las ik een berichtje over vluchtelingen die letterlijk op straat werden gezet. Dat bericht trof me. Hoe dat kon, in Nederland. Dat ging me bezig houden. Ik ben toen bij Gaby Wieringa en de stichting VAST terecht gekomen. Die werkten met vrouwen die gevlucht waren. Dat heb ik een aantal jaar gedaan. Dat was een heftige periode. Ik deed de voorbereidingen van de dossiers en sprak met de vrouwen. Ze hadden verschrikkelijke verhalen die ze niet tegen de mensen van de IND, de Immigratie en Naturalisatiedienst wilden of konden vertellen. Tegen ons wilden ze wel praten. Ik heb daar heel veel verhalen aan overgehouden. Ik heb dat een jaar of vijf gedaan. In 2003 besloot ik te gaan schrijven. Dat vond ik heerlijk. Ik hoefde alleen nog maar te schrijven en geen problemen meer op te lossen.”

Je hebt een eigen uitgeverij, Studio nonfiXe. „Dat geeft me de mogelijkheid te schrijven wat ik wil. Als je naar een uitgeverij gaat zeggen ze dat zaken moeten veranderen om een groot publiek aan te spreken. Maar ik wil geen concessies doen. Mijn eerste boek was een novelle. Een klein boekje, snel met korte zinnetjes. Zoals jongeren zappen. Daarna kwam Wat de hel over een 84-jarige demente Nederlandse vrouw en een Nigeriaanse vrouw, slachtoffer van vrouwenhandel. Het speelt in de nabije toekomst.”

Je geeft samen met Frank ook non-fictie uit. Boeken over hoe het beter kan zoals JES, Towards a Joint Effort Society.

Frank van Empel „Samenwerking is beter dan competitie. Het engagement druipt er vanaf.”

Sicking: „We hebben er in Nederland nul van verkocht. In de Verenigde Staten doet dat boek het veel beter. Hoe het beter kan in onze samenleving, dat houdt ons wel bezig. Ik vond laatst spullen van mijn vader Joost. Hij was in Tilburg kunstenaar en overleed in 1986. Bleek dat hij in 1955 een verkooptentoonstelling had van zijn werk. De opbrengst was voor vluchtelingenkinderen in Algerije.”

Ze lacht even: „Ik heb het van geen vreemde.”

Asfour van Caro Sicking is verschenen bij Studio nonfiXe. Op 28-2 presenteert ze haar roman bij Gianotten in Tilburg.

Bron: Brabants Dagblad, 03.02.2016

Lees hier het eerste hoofdstuk

trailer

Bestel 

Categories:
Recensies